Selecteer een pagina

Peter de Kiewit en Brechthild Terwee komen al sinds hun kindertijd op Buitenplaats De Hongerige Wolf. Ze hielpen vaak op de boerderij, gaven elkaar de eerste kus onder de lantaarnpaal bij huisje 88 en zijn inmiddels bijna 30 jaar getrouwd. “Het was heerlijk en zorgeloos. Vooral de boerderij, waar we altijd welkom waren.”

Peter: Ik woonde in Ierland met mijn ouders. Iedere zomervakantie logeerden we bij mijn oma in Nederland. Dat werd te druk, dus mijn ouders besloten hier een buitenhuisje te kopen. Ik weet nog dat we de modelwoning bezochten, maar verder kan ik me er niet zoveel van herinneren. Mijn leven speelde zich vooral in Ierland, en later Engeland, af.

Brechthild: Mijn ouders kochten het huisje in 1972. Ik kom hier dus al vanaf mijn zesde jaar. We kwamen hier om de week, altijd eerst bij de Chinees in Ommen eten en dan naar de Hongerige Wolf.  Wij hadden een Shetland pony, die op de boerderij stond. Mijn vader liep hier altijd door het bos met de pony en alle kinderen mochten er om de beurt op. 

Later heeft boer Timmer een nieuwe pony voor ons gekocht

Peter (lachend): Doortje!

Brechthild: Doortje had een rare tic. Hij liep doodleuk onder het prikkeldraad door. En als je er dan opzat, moest je je snel van de pony afstorten. Anders ging je dwars door het prikkeldraad heen.

Peter: Terug uit Engeland hebben we als gezin een half jaar op De Hongerige Wolf gewoond. Na school kreeg ik Nederlandse bijles van mijn moeder en ‘s middags hielp ik op de boerderij. Dat vond ik geweldig! Door mijn werk op de boerderij ben ik latere Hogere Landbouwschool gaan doen.

Brechthild: Het was heerlijk en zorgeloos. Vooral de boerderij, waar we altijd welkom waren.

Alles liep los en door elkaar. Een schaap, een stel parelhoenders, ganzen, pauwen. We sjouwden met mais in de kruiwagen, we hielpen met vegen, of melken. We bouwden hutten in het hooi. Alle kinderen van de Hongerige Wolf vonden het leuk en de familie Timmer ook.

Peter: Boer Timmer ging ook wel eens een weekje weg, en dan deden wij de boerderij. Ik weet nog dat hij zijn 65e verjaardag vierde met een groot feest bij Kat. Wij zouden ’s avonds de koeien melken en dan ook naar het feest gaan. Maar we waren vergeten een hek dicht te doen en vervolgens liepen alle koeien hier los op het park. Wat een stress om alle koeien weer op stal te krijgen!

Brechthild: Op een gegeven moment kregen we verkering. Het gebeurde tijdens de Hemelvaart voetbalwedstrijd. Waar nu het huis van Jan en Tonnie staat, daar was vroeger een voetbalveld waar wij met alle kinderen vaak speelden. Onze eerste kus gaven we elkaar bij de lantaarnpaal tegenover huisje 88.

Peter: Ik had hier een vriend Berthold Berlage. Wij haalden samen kattenkwaad uit en praatten over de meisjes. Berthold had gezegd dat hij dat leuke meisje, die Brechthild, zou gaan versieren. Ik dacht, nou, dat zullen we nog wel eens zien. Brechthild en ik kregen verkering en we zijn nog steeds heel blij met elkaar.

Brechthild: Ook tijdens onze studietijd bleven we naar De Hongerige Wolf komen. Albert (boer Timmer) is getuige van Peter geweest op onze bruiloft. En later heeft Peter gesproken op de begrafenis van Albert, namens de familie. Dus zo close zijn we wel. Ik vind het heel leuk dat ik ook mijn kinderen weer zo’n mooi inkijkje op de boerderij heb kunnen geven.

Peter: Hier heb je je eigen regie. Je wordt niet zo geleefd door je baan, je vrijwilligerswerk en je sociale contacten als in het normale leven. Een deel van ons netwerk ligt hier. Daarom blijft het zo fijn om hier te komen. Hier wonen mensen die ik al mijn hele leven ken. Het is een soort dorp.

Brechthild: Het leven gaat hier langzamer. Je staat laat op, maakt een lekker ontbijtje, even naar Ommen toe, een wandeling maken. Je ziet de wolken, je ruikt het bos, je hoort de druppels op het dak. De natuur is heel dichtbij. De Hongerige Wolf staat voor vakantie.