Selecteer een pagina

Jan Kleinheerenbrink en zijn vrouw Tonnie wonen sinds 2008 op De Hongerige Wolf 1A, in de zogenaamde toezichthouderswoning. Hij houdt op verzoek van het bestuur toezicht op het park, is het aanspreekpunt voor bezoekers en regelt ook de vuilafvoer. Dagelijks maakt hij twee rondjes op de fiets door het park en houdt een oogje in het zeil. En verder is hij aannemer van velerlei klussen. Of het nou gaat om de aanleg van een nieuwe speeltuin, het bouwen van een landbouwloods, de bosbouw of het bestraten, hij is van alle markten thuis. In deze tijd mist hij onze klusdagen – de ontmoeting, lekker bezig zijn met elkaar. Daarom een interview met onze sterkste man van het park.

Hoe ben je zo op het park terecht gekomen, Jan?

‘Ik ken dit park al dertig jaar, kwam hier regelmatig klussen aan huisjes en dergelijke. Ik was in die tijd leermeester in de bouw. Maar in 2008 werd ik afgekeurd, het werd te stil om me heen en ik houd van werken. Toevallig zocht het toenmalige bestuur van De Hongerige Wolf een opvolger voor de rol van toezichthouder. “Of ik geïnteresseerd was?” Ik moest wel snel beslissen want er waren al 21 andere sollicitanten. Ik heb toen thuis overlegd met Tonnie en die vond het een goed idee!’

Dus je zit hier nu 13 jaar. Welke klussen vind je fijn om te doen?

‘In principe alles. Ik ben geen persoon die kan stil zitten. Nu heb je twee zondagen (met Pasen, red.); nou ja, dat vind ik niks, één vrije dag vind ik goed, maar twee vrije dagen, nee.” (kijkt meewarig)

Hoe is het burencontact hier? ‘Ja mijn echte vaste buren zijn natuurlijk de familie Timmer en de familie Stoevelaar. Van je buren moet je het hebben. Zijn er problemen, dan staan ze er voor je. En ik heb veel contact met leden van de coöperatie, heel gezellig. Soms uit eten en zo.”

Hoe vind je De Hongerige Wolf met die 100 huisjes? ‘Dat vind ik heel mooi, daar geniet ik echt van, elke dag! Het contact met de mensen, dat vind ik het leukst! En het park onderhouden en schoonhouden, dat vind ik gewoon mooi, dat vind ik geweldig.”

En hoe is het met de trekkers en de schuur? ‘Het project is bijna af, zo goed als. De bestrating was eigenlijk meer werk dan ik had ingeschat. En één van de twee trekkers heeft misschien een lekkende koppakking. Maar daar ga ik met mijn schoonzoon wel even naar kijken.’

Dus, Jan, op naar een volgend decennium? ‘Jazeker, ik ben echt een natuurmens, Tonnie en ik zitten hier lekker. We maken ook huisjes schoon in verband met de verhuur. Mijn twee dochters komen regelmatig, mijn twee schoonzoons, en vijf kleinkinderen, de oudste is 25, de jongste is 12. De middelste, een jongen van 18, komt van een boer, nou dan weet je het wel. Hij heeft een trekkerrijbewijs en kan hier goed uit de weg. Ik heb weer vogels hier, en een Nederlandse herder. Maar die ik laat ik natuurlijk niet uit in het park, dat doen de buren al (lacht hard)”.