Selecteer een pagina

1970. De aankondiging in de Kampioen had de aandacht van Wim Lourens gewekt. Met zijn toenmalige vrouw bezocht hij het terrein van Buitenplaats de Hongerige Wolf en besloot er een huisje te kopen. ‘Ik ben ervan overtuigd dat onze buitenplaats zijn mooie open karakter heeft behouden doordat we een coöperatieve vereniging zijn. Ik hoop dat dat zo blijft.’

‘Het was de bedoeling om die eerste 41 huisjes in een halve cirkel te plaatsen, met een open veld in het midden. Maar dat lukte niet, want het was een heel onregelmatig terrein, daar moesten we rekening mee houden. Iedere nieuwe eigenaar koos min of meer zijn eigen plek. Wij wilden graag een huisje aan de rand, zo ver mogelijk van alles weg en op redelijk stabiel terrein: het werd huisje #7. De opzet van de volgende groep 59 huisjes is veel beter georganiseerd, dat zie je ook terug op de plattegrond.

‘Wij waren de tweede koper, na dominee Kerssies. Het terrein was destijds een heideveld met vooral jonge bomen. Later heeft Buitenstee er onder leiding van de heer Abeln veel sparren neer gezet. Die horen hier eigenlijk niet.

‘Het huisje stond er in een week! De fundering was niet meer dan een bakstenen muurtje en wat stapels steen in het midden, daar werd de houten vloer op gelegd. De glaswand werd in zijn geheel in geplaatst. Het dak ook. Het waren een soort prefab-huisjes.

‘Op het terrein waren aanvankelijk nogal wat drainage-problemen. Het grondwater stond zo’n anderhalve meter hoger dan nu, daardoor is het bos ook zo veranderd. Rond 1980 was onze houten vloer totaal rot en moest worden vernieuwd. Later in 2004 heb ik het huisje nog een keer helemaal gerenoveerd en ook een betonnen fundering aangelegd. Onze zoon is geoloog en heeft onlangs grondboringen gedaan rond ons huis; we hebben een dunne veenlaag, dus weinig kans op verzakkingen.

‘Begin jaren 1990 kwam er aardgas, tegelijkertijd met het riool. De aanschaf van de riolering kostte 3000 gulden per huisje, meen ik me te herinneren. Voor die tijd gebruikten we septic tanks, die zitten nog steeds onder de grond. Op de plek waar nu de gemeenschappelijke schuur staat, stond destijds een enorme propaangastank, waar alle huisjes op waren aangesloten. De overgang naar riool en aardgas leverde nogal wat commotie op. Veel mensen vonden het te duur en niet nodig.

‘Wat zijn de richtlijnen van de gemeente Ommen? Wat wil het bestuur? Wat willen de bewoners? Er is altijd veel stof tot discussie geweest: wat wil je ook met 100 eigenaren? Ik heb meerdere ALV’s meegemaakt, waarbij een bestuurder met een hartaanval moest worden weggevoerd naar Hardenberg, zelfs overleden. Vreselijk! Maar je kunt er wel uit opmaken dat er altijd een grote betrokkenheid is geweest.

‘Op suggestie van Buitenstee werden we in 1971 een coöperatieve vereniging. Daar was helemaal geen discussie over. Ik werd de eerste secretaris. De Heer Swank werd directeur en zijn vrouw voorzitter. In de buurt van Lochem heeft Buitenstee eenzelfde soort buitenplaats aangelegd. Daar ben ik wel eens geweest. Deze buitenplaats heeft destijds gekozen voor een vereniging van eigenaren, dat kon ik onmiddellijk zien. Hun terrein staat vol met hekken, erfafscheidingen en lelijk verbouwde huisjes.

‘Ik ben ervan overtuigd dat onze buitenplaats zijn mooie open karakter heeft behouden doordat we een coöperatieve vereniging zijn. Ik hoop dat dat zo blijft.

‘Mijn huis verkopen? O, nee nooit! Ommen zit in mijn genen. Mijn kinderen gaan er graag heen en mijn kleinkinderen ook. Dat vind ik prima, maar ze moeten het wél altijd eerst even aan mij vragen.’