Selecteer een pagina

Het is 1970. Lidy te Winkel-Groeneveld is 21 jaar en studeert ‘huishoudkunde en koken’ op de Huishoudschool in Groningen. Ieder weekeinde gaat ze naar haar ouderlijk huis in Leeuwarden. Op een zeker moment hebben haar ouders wat extra geld te besteden; ze gaan op zoek naar een buitenhuisje voor het gezin. Lidy en haar zus worden actief betrokken bij de keuze.

“Mijn vader werkte bij de provincie Friesland. Mijn moeder was lerares logopedie op de Kweekschool. Ik weet nog goed dat we voor het eerst op De Hongerige Wolf gingen kijken. Het huidige huisje nummer 16 was de modelwoning. We waren meteen enthousiast en kozen voor huisje nummer 12, een mooie plek op de hoek van de buitenplaats waar je zo het bos in loopt. Destijds was het niet meer dan een hoopje zand met bomen.

“We gingen regelmatig kijken tijdens de bouw. Het was toen nog een hele tocht van Leeuwarden naar Ommen, de snelwegen hebben we allemaal zien ontstaan. In de zomer van 1971 konden we het huis betrekken, het was tijd om te schilderen, te behangen en vloeren te leggen. Dat werd een race tegen de klok, wij waren net klaar toen de meubels geleverd werden. Het tussenwandje tussen de slaapkamer en de woonkamer was moeilijk te schilderen, kan ik me herinneren. Daarom kozen wij voor juten behang. Dat was voor die tijd heel modern, het moest met spijkertjes vastgezet worden. Dat kom je later dan weer tegen. 

“Mijn vader liet de krant bezorgen bij de boerderij op de camping van de familie Kat. Ieder jaar konden we zien hoe de camping weer verder was uitgebreid. 

“Ieder najaar maakten we het huisje winterklaar – de waterleiding ging dicht en de meubels werden afgedekt. De buitenplaats werkte destijds met grote bovengrondse gastanks. Pas later kwam er een gasleiding en dus ook centrale verwarming. Ik denk vanaf 1996. Mijn vader heeft daar nog druk over vergaderd binnen de Hongerige Wolf, maar hij heeft helaas niet meer kunnen profiteren van deze modernisering. ‘Ik kan het nu betalen, maar papa heeft er helemaal niet van genoten,’ zei mijn moeder altijd.”

Intussen kreeg Lidy te Winkel een eigen gezin. “Mijn kinderen zijn hier groot geworden. Ze waren heel vaak op de boerderij van Boer Timmer. Ik kan me herinneren dat mijn oudste zoon me opbelde dat hij nu écht niet kon komen eten, omdat er een kalfje geboren werd.

“Natuurlijk wilden we ook wel eens naar een ander vakantieoord, Limburg of zo. Maar onze kinderen floten ons altijd glashard terug, ze drongen erop aan om in ieder geval óók naar Ommen te gaan. Het is de rust, de ruimte en het gevoel van vrijheid dat de buitenplaats geeft. Ik kom zelf nu niet meer zo vaak, ik vind het niet prettig om er alleen te zijn. Mijn zuster gaat er vaker heen, zij heeft juist behoefte aan rust en alleen zijn.

“Af en toe hebben we familieberaad: is het tijd om het huisje te verkopen of zullen we er nog geld insteken? Mijn zoons en hun kinderen beleven nog steeds veel plezier aan de Hongerige Wolf. Dus binnenkort gaan we weer wat opknappen, het huisje blijft in de familie.”